Veel jongeren willen wel meer bewegen, maar doen het niet. Die kloof tussen voornemen en gedrag heeft minder met wilskracht te maken dan we denken.
Wat weten we?
Volgens de Affective-Reflective Theory van Ralf Brand en Panteleimon Ekkekakis (2018) gebeuren er twee dingen als je de kans krijgt om te bewegen. Eerst reageert je brein automatisch: voelt dit prettig of vervelend? Dat gaat in een fractie van een seconde en is gevormd door eerdere ervaringen. Pas daarna kun je er bewust over nadenken, als je daar tijd en energie voor hebt.
Wie bewegen kent als zwaar, saai of beschamend, krijgt een negatieve impuls. Die wint het vaak van het goede voornemen, zeker aan het eind van een lange dag. Onderzoek laat ook zien dat het gevoel tíjdens het bewegen beter voorspelt of iemand terugkomt dan het gevoel erna.
Wat betekent dit voor het mbo?
- Zorg dat de eerste ervaring met bewegen prettig is. Laat studenten de intensiteit zelf kiezen.
- Maak bewegen sociaal en speels; dan verandert de automatische reactie langzaam.
- Verlaag de drempel op het moment zelf: geen omkleden, geen lange uitleg, gewoon beginnen.
- Exergaming kan hierbij helpen, mits het plezier in het bewegen zit en niet alleen in de punten.
Bronnen
- Brand, R. en Ekkekakis, P. (2018). Affective–Reflective Theory of physical inactivity and exercise. German Journal of Exercise and Sport Research, 48(1), 48–58.
- Rhodes, R. en Kates, A. (2015). Can the affective response to exercise predict future motives and physical activity behavior? Annals of Behavioral Medicine.


